WederopbouWWandeling Zutphen

samengesteld door John Löwenhardt
met medewerking van Peter Kooij en Menno Tamminga
Deze wandelroute duurt een half uur tot drie kwartier afhankelijk van uw tempo en van hoe vaak u stopt. Ze voert door het gedeelte van de stad dat in de jaren-‘50 en begin jaren-’60 weer werd opgebouwd.

Verwoesting
Op zaterdagmiddag 14 oktober 1944 om 16 uur voeren drie squadrons geallieerde bommenwerpers een aanval uit op de spoorbrug over de IJssel bij Zutphen. Het is een maand na begin van de spoorwegstaking in Nederland, de geallieerden willen bevoorrading van Duitse eenheden ten westen van de IJssel zo moeilijk mogelijk maken. In drie golven die samen nog geen tien minuten duren, werpen 35 bommenwerpers 137 bommen af met in totaal 92.000 pond explosief. Bijna alle bommen vallen net voorbij de brug, op de westschil van de oude stad. De ravage is groot, 105 huizen raken vernield, 52 zwaar beschadigd en er zijn honderd doden te betreuren. Twee weken later kan het treinverkeer weer gebruikmaken van de brug.
Ruim twee weken eerder, op 28 september, hadden Engelse vliegtuigen op aanwijzing van het Zutphense verzet een Duitse munitietrein op het spooremplacement gebombardeerd. Ook de bevrijding begin april ‘45 ging gepaard met verwoestingen. Zo had het Zutphense gemeentebestuur later dat jaar te maken met een gebied waar iets mee moest gebeuren. In de volgende jaren werd gekozen voor een vrij radicale wederopbouw van het gebied, dat een geheel nieuwe indeling kreeg. Het eerste plan uit 1948 gaf de richting aan:


START WANDELING: Logement de Wederopbouw (1954)
Het logement is onderdeel van een complex van vier eenheden, gebouwd in 1954 naar ontwerp van de Zutphense architect G. J. Jacobs bna. Op de plek van dit complex stond ten tijde van het bombardement een monumentaal hoekpand, op de foto hierboven uit ca. 1910 zichtbaar achter de fietsende man. Op de zijgevel staat KOLONIA… Waarschijnlijk werden in de winkel koloniale waren verkocht.
Sla bij het verlaten van het logement linksaf, met de benedenloop van de traag stromende Berkel aan uw rechterhand. U loopt dus stroomafwaarts onder de lindebomen. Sla na ongeveer vijftig meter bij het eerste pad linksaf… maar blijf eerst even staan: Op dit punt hebt u zicht op de bocht in de Berkel, enkele meters voor deze in de IJssel uitmondt. Sla aan het eind van het pad linksaf, de Waterstraat in.
Waterstraat
Dit stuk Waterstraat tot aan de Marspoortstraat werd zwaar door het bombardement getroffen. Voorbij de MULO-school (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) aan uw linkerhand werden bijna alle gebouwen links en rechts vernield. Meteen na de voormalige MULO, waar u nu op de begane grond garages ziet, stond een groot pakhuis van Uitgeverij-drukkerij Thieme. Uitgeverij en drukkerij Thieme was 217 jaar in Zutphen gevestigd toen het in 2009 vertrok. Het hoofdgebouw was vlakbij, aan de Groenmarkt 17-21. Het pakhuis hier kreeg een voltreffer. Loop verder en steek schuin naar links de Marspoortstraat over en loop de Barlheze in.

Barlheze en Thiemegebouw, Spiegelstraat 15
De tweede straat aan uw rechterhand is de Spiegelstraat. Maak een kleine zijsprong naar nummer 15; keer daarna terug naar de Barlheze.
Ter vervanging van het vernielde pand aan de Waterstraat bouwde de firma Thieme hier in 1947 in beton en baksteen een nieuw pakhuis. Het ziet er nog steeds onverwoestbaar en afwijzend uit. Het is nu onderdeel van het Erfgoedcentrum / Stadsarchief even verderop.
De Barlheze was tot 1944 de verbindingsweg tussen het station en de oude stad en via een brug – in de wandeling de Pont Neuf genoemd – met het toenmalige stationsplein verbonden. Het oude, statige stationsgebouw kwam gehavend de oorlog uit en werd afgebroken. Enkele tientallen meters naar het oosten verrees een nieuw, modern stationsgebouw. We zullen het straks bezoeken. Ook het laatste stuk Barlheze, na nr. 55, werd door bommen vernield, evenals de Rozengracht. Sla linksaf de Kreynckstraat in (vernoemd naar een oud Zutphens regentengeslacht) en buig met de straat mee naar rechts.
Kreynckstraat
Alles aan uw rechterhand is nieuw, d.w.z. uit de jaren-’50. In het eerste industriële gebouw met gewelfd dak was in de jaren ‘60 een DAF garage gevestigd. U komt nu uit op de Rozengracht ter hoogte van de nieuwe brug over de Berkel, in de jaren ‘50 gebouwd in het verlengde van de Brugstraat. De oude brug bevond zich net rechts van de knik in de Berkel. Van het station liep men voor de oorlog via die brug de Barlheze in, en zo naar het hart van de oude stad.

Rozengracht
Deze foto uit de vooroologse periode toont een fraaie oude gevelwand met woonhuizen, winkels en cafés met links achter een bomenrij, aan de overkant van de Berkel, de wasserij van het Oude en Nieuwe Gasthuis. Daar is niets van over. De huizen aan deze gracht werden door het bombardement zwaar getroffen. Nieuwe huizen werden tussen 1949 en 1954 gebouwd naar ontwerp van verschillende architecten die de ‘Delftse School’ aanhingen. Grondlegger daarvan was architect-hoogleraar Marinus Jan Granpré Molière (1883-1972) die zich afzet- te tegen de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen. De stijl was eenvoudig en sober. Voorbeelden zijn ook te vinden in Tuindorp Vreewijk, Rotterdam en op de Markt van Wageningen. Loop verder rechtuit naar het Broederenkloostercomplex.
Gideon monument (1950)
Het Gideonmonument van beeldhouwer Paul Grégoire staat in de voormalige kloosterhof van het Broederenkerkcomplex. Het monument herdenkt de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een opmerkelijk onderdeel van het monument is het luiden van de ‘poortersklok’ gedurende één minuut iedere dag, eveneens ter herinnering aan de oorlog. De figuur op de natuurstenen zuil symboliseert de Oudtestamentische Gideon die met een kleine ‘Gideonsbende’ de overmachtige vijand verdreef.

Archiefgebouw en stadsbibliotheek (1954)
Dit werd gebouwd als het depot – archiefgebouw van het Stedelijk Museum, tevens stadsbibliotheek en is nog steeds als depot in gebruik. Het gebouw is erop ontworpen om visueel aan te sluiten bij de middeleeuwse Refter van het Broederenklooster.
Overwelving
Aan de overkant (C&A) ziet u nieuwbouw uit de jaren ’60. Onder de Overwelving stroomt de Berkel, in de verte ziet u de Berkelruïne, het restant van de waterpoort die de stadsmuur rond de oude stad verbond met die rond de Nieuwstad. Loop nu naar C&A en buig rond de winkel de Stationsstraat in. Aan het einde ziet u het nieuwe station uit 1952. Loop in die richting.
Stationsstraat Oostzijde
U loopt nu op het terrein waar tot de jaren ‘50 het Oude en Nieuwe Gasthuis gevestigd was, ook wel binnengesticht genoemd. (Het buitengesticht stond en staat in Warnsveld) Het terrein van deze psychiatrische inrichting werd begrensd door de straat Nieuwstad, de Mosmarkt, Berkel en het oude Stationsplein. Het binnengesticht stond na de oorlog vrijwel leeg, het station was beschadigd en de gemeente maakte daarvan gebruik om het gehele gebied, inclusief station, te reconstrueren. Er kwam een brede, moderne Stationsstraat met winkels en daarboven woningen. De ingreep was goed bedoeld, maar de straat is nooit een levendige promenade geworden. Steek over naar het stationsplein.
Station (1952)
NS-architect H. Schelling ontwierp na de oorlog vijf stations met een sterke ‘vormovereenkomst’: Enschede (1950), Hengelo (1951), Zutphen (1952), Leiden (1953) en Arnhem (1954). Leiden en Arnhem hebben ondertussen geheel nieuwe stations en van het overgebleven drietal is Zutphen vandaag het meest in originele staat. Het is sinds 2010 dan ook met recht een Rijksmonument.
Wat opvalt is de hoge pergola met extreem ranke zuilen, en de ingang die aan de zijkanten is voorzien van fraaie betonreliëfs ontworpen door Ben Guntenaar. Op zonnige dagen zorgen de zuilen voor een fraai, langzaam verschuivend lijnenspel op de voorgevel van het station. De reliëfs hebben een kunsthistorische zeldzaamheidswaarde mede vanwege de geabstraheerde weergave van heengaan, vertrek en weerzien, vormgegeven met moderne technieken. Het linker reliëf verbeeldt hoe de indrukken van de reis in het persoonlijke leven van de reiziger hun neerslag vinden. De menselijke activiteit wordt uitgebeeld door de mannengestalte en een spanning tussen bloem en vogel, als symbolen van cultuur en geestelijke werkzaamheid. De reliëfs zijn door Guntenaar op diens atelier in klei geboetseerd, waarvan vervolgens een gipsen afgietsel is gemaakt. Met behulp van dat afgietsel is op het werk beton gestort. Na het verharden zijn de afzonderlijke gedeelten in de sponning gesteld en later gezandstraald.

Typerend voor de wederopbouwjaren is bovendien de combinatie van geprefabriceerde betonelementen met baksteentoeslag waarin oorlogspuin is verwerkt. Let ook op het vrijstaande, fraaie seinhuis, iets ten oosten van het stationsgebouw.
De verlichte klok in de hal boven de tunnelingang was in 1952 een geschenk van het personeel. Op de wijzerplaat leest u de op deze plek overbodige oproep, beginnend bij de 7, “Neem de trein”. De lichtkroon in de hal werd geschonken door de gemeente Zutphen. Vergelijk deze met de foto uit juni 1952 van de lokettenwand, en u ziet: de lichtkroon is nog origineel en goed gerestaureerd. Verlaat het stationsplein met de ingang van de ondergrondse fietsenstalling aan uw linkerhand, steek de straat over.
Stationsstraat Westzijde
Er is aan deze zijde van de straat weinig te beleven of te zien, loopt u maar snel door naar de hoek van de straat. Na de voormalige dienstwoning van de directeur van het postkantoor, ziet u de glazen toren met het trappenhuis van het…

Voormalig postkantoor (1954-2010)
Het voormalig postkantoor heeft als adres Molengracht 2. Buig naar rechts de Molengracht op. Aan de lange kant van het gebouw ziet u op enige hoogte zeven vierkante betonplastieken waarvan er zes de weg van een poststuk in die tijd markeren. Het middelste plastiek markeert de opening in 1954. Bekijk de plastieken van links (een meisje met poppenwagen doet een brief in een brievenbus) naar rechts (de postbode bezorgt). Loop rechtuit en steek achtereenvolgens de Berkelpoortstraat en de Looiersstraat over.
Molengracht
De blokken appartementswoningen – met drie a vier woonlagen – werden ontworpen door Bureau Klein in Groningen in opdracht van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten. Ze werden in de jaren 1955-57 gebouwd en hebben een vriendelijke uitstraling. De gevelplaten tussen de raampartijen zijn gemaakt van geperforeerd beton, in optimistisch aandoend helder blauw met witte stippen. Meteen na het laatste blok met rode vierkantjes ziet u het Monument voor de Wederopbouw, en achter het drukke kruispunt… de brug. Loop naar het grasperkje voor het monument (kijk uit voor hondenpoep).
Wederopbouwmonument (1961), einde
Het Monument voor de Wederopbouw vangt de blik van alle verkeersdeelnemers die over de brug de stad binnenkomen. Het ontwerp is van beeldhouwer Titus Leeser (1903-1996) en het is uitgevoerd in brons en beton. Het schijnt dat de liggende vrouw het oorlogsverleden van de stad symboliseert, terwijl de staande vrouw met wespetaille de blik richt op de toekomst. Kunstenaar Jan Slijkhuis heeft in het jaar van Leeser’s overlijden het beeld een treffende gele achtergrond gege- ven. Dit monument vertoont overeenkomsten met het Britse broodsmeersel Marmite: een deel van de mensheid vindt het héél mooi (lekker), het andere deel heel lelijk (vies).

Wilt u terug naar het logement? Loop dan de IJsselkade af tot de eerste straat links, toepasselijk de Brugstraat genoemd. Vervolgens de eerste straat rechts, het Oude Wed. Op de nrs. 13-19 ziet u een complex van drie woningen boven bedrijfsruimten, gebouwd in het begin van de jaren ‘50. Oude Wed buigt aan het einde naar links en komt uit op de Berkelkade. U staat nu oog-in-oog met een icoon van de wederop- bouwjaren, het Betonno tweepersoons- pissoir (model 26) van de firma Denker uit Hilversum-Loosdrecht. Het werd in 1956 geplaatst en is nu een gemeentelijk monument. Er staan in ons land nog maar weinig van deze alleen voor Heren gebouwde openbare plasvoorzieningen uit beton.
Wanneer u het pissoir verlaat en naar links kijkt ziet u uw logement.
Foto’s (c) John Löwenhardt en Gertjan van de Meent.
Juli 2024