Verdriet

Kort na de dood van haar 4-jarige zoontje Noah in 2004 begon Marike Hoekstra (1966) aan een project dat ze Trauerarbeit heeft genoemd. Dit Duitse woord, omdat er geen goed Nederlands equivalent is. Uit ons werkwoord rouwverwerking zou het ‘ver’ eigenlijk moeten worden geschrapt. Rouw is hard werken zonder duidelijk eindresultaat. Het project heeft na ruim twintig jaar een kunstenaarsboek opgeleverd onder die titel, uitgegeven in 350 exemplaren (ISBN:  978-90-9040606-0). Het werk dat ik hier toon, getiteld Anatomie van verdriet (2009) is opgenomen in dat boek en is bovendien nog t/m 1 maart te zien op de tentoonstelling Missen als een ronde vorm. De kunst van het doorleven in Stedelijk Museum Schiedam. Wat mij betreft: een absolute must-see.

Het werk bestaat – als ik me niet vergis – uit vijftien vellen betekend en beschilderd papier die gedeeltelijk overlappend op de bruine ondergrond zijn vastgemaakt. Het is groot en maakt een grootse indruk. De vermelding zegt dat het gemaakt is in ‘gemengde technieken’ zodat ik moet gissen naar de gebruikte materialen: pastelkrijt, potlood, houtskool, waterverf en gouache.

Curator Hanne Hagenaars, die zelf haar dochtertje Martha verloor, wijst erop dat het werken aan de rouw de verloren, dode geliefde steeds weer in de nabijheid van de rouwende brengt. Dat is één van de functies van het rouwproces: het verzacht de pijn. In hun werken maken rouwende kunstenaars dit zichtbaar voor zichzelf en voor de omgeving. Hagenaars zelf maakte een teder borduursel; Hoekstra dit indrukwekkende assemblage waarin we haar verloren zoontje én haar pijn leren kennen. Het is, zoals veel kunstwerken in Hagenaars’ tentoonstelling, om stil van te worden.

John Löwenhardt
13 februari 2026