Tenach in beeld

Het werk is atypisch voor de self-made kunstenaar. Hij verdiende de kost als drukker en had sinds 1908 een eigen drukkerij. In 1923 was hij begonnen te experimenteren met het toepassen van zijn drukkersgereedschap: zetmateriaal, inktrol en handpers. Het resultaat waren de ‘druksels’, geheel eigen in hun soort. Toen hij in 1943 deze twaalf schilderingen maakte, genoot hij al bekendheid door die druksels en door schilderijen gemaakt met stempels, verfrollers en sjablonen, soms ook met de randen van de verfrollers.
Ik heb het over Hendrik N. Werkman, geboren in 1882. De jaren van de bezetting werden zijn meest productieve periode. Midden in deze periode vroeg zijn goede vriend August Henkels (1906-1975) hem een kast te beschilderen met oudtestamentische taferelen. De Hindelooper meubelmaker die de kast voor Henkels maakte, stuurde de triplex paneeltjes naar Werkman. Deze toont zich letterlijk en misschien ook wel figuurlijk een zondagsschilder; op weekdagen werkte hij immers in zijn drukkerij; daar maakte hij zijn druksels.
Maar de twaalf scènes uit Tenach zijn prachtig vormgegeven, aandoenlijk geschilderd. Het zijn, van boven naar beneden beginnend op de linkerdeur, Adam en Eva (de ‘zondeval’); de ark van Noach (‘Zondvloed’); de vlucht uit Sodom; het offer van Izaäk; het gouden kalf; de terugkeer van de verspieders en uit Tora tenslotte het verhaal van de koperen slang. Daarna, beginnend met het onderste paneel van de middelste deur, Jefta’s dochter [Rechters 11]; David en Goliath [1 Samuel 17]; Elia en de raven [1 Koningen 17]; de mannen in de vuuroven [Daniël 3] en Daniël in de leeuwenkuil [Daniël 6]. August Henkels, die dominee was in Heerenveen, zal de taferelen hebben gekozen. Van de twaalf spreekt mij de dramatische eenvoud van de ark van Noach het meest aan.
Op 13 maart 1945 arresteerde de SD Werkman om onduidelijk gebleven redenen. Hij werd op 10 april geëxecuteerd, een dag voordat geallieerde soldaten in de provincie Groningen arriveerden. Op 17 april, de dag na de bevrijding van Groningen, werd hij in Bakkeveen begraven. Het Groninger Museum wist de kast in 2017 te kopen. Na een grondige restauratie is ze sinds 2020 één van de pronkstukken van de collectie.
John Löwenhardt
30 mei 2025