Stankus

Het gaat op voor meer Baltische kunstenaars: ze hebben in hun leven nogal wat meegemaakt. Algimantas Stankevičius werd in 1933 geboren in het dorp Aukštakalnis. Hij maakte dus de Sovjetbezetting in 1940 bewust mee, en ook de inval van de Duitsers in 1941; de moord op de Litouwse Joden; en tentslotte de terugkeer van de sovjetheerschappij en de daaropvolgende deportatie van veel Litouwers. In 1945, 12 jaar oud, was hij getuige van de onteigening en vernietiging van de boerderij van zijn ouders en van de arrestatie van zijn broer. Deze stierf in 1948 in de gevangenis van Sverdlovsk, het huidige Jekaterinenburg in de Oeral.
In de jaren 1953-55 studeerde Stankevičius aan de textielafdeling van de kunstacademie in Vilnius (het vroegere Wilna/Wilno, het ‘Jeruzalem van het Noorden’). De periode daarna waren zijn meest productieve jaren. Hij schilderde dit kleine zelfportret in 1959 in olieverf op doek (20,5 x 20,5 cm), naar een foto uit de vier jaren daaraan voorafgaand die hij in dienst van sovjetleger doorbracht in Petrozavodsk, Karelië. In hetzelfde jaar keerde hij terug naar zijn ouders op het Litouwse platteland. Stankevičius leed aan paranoïde schizofrenie. Hij leefde vanaf de dood van de ouders in 1975 tot zijn eigen dood in 2002 in een psychiatrische kliniek.
Hij had een grote invloed op de naoorlogse schilders in zijn land en verwierf onder hen al snel de bijnaam van de ‘Van Gogh van het Noorden’. Bewonderaars vereerden de chronisch geesteszieke schilder met de koosnaam Stankus. De sovjet-militaire wereld ná diensttijd was één van Stankus’ vaste thema’s, zelfportretten een ander. Met dit werk sla ik dus twee vliegen in één klap.
John Löwenhardt
20 juni 2025