Snijen in schilderijen

Snijen in schilderijen, foei, dat mag niet. Sommige schilders trekken het aan, zoals de ‘colourfield’-schilder Barnett Newman (1905-1970). Hij maakte het gigagrote ‘Who’s afraid of red, yellow and blue’ met links een smal vertikaal streepje blauw, rechts een nog smaller streepje geel en daartussen een allesoverheersend rood veld. Primaire kleuren.

Schilderijen van Newman zijn in 1982 in Berlijn, in 1986 en opnieuw 1997 in het Amsterdamse Stedelijk Museum met een stanleymes bewerkt. Zowel de aanvallen als de restauratie riepen veel verontwaardigd gekrakeel en nog meer ‘gedoe’ op. 

De man die in het Amsterdamse museum werken van Newman tot twee keer toe aanviel, was, zegt men, een miskend kunstenaar. Lucio Fontana (1899-1968) was en is allesbehalve miskend. Hij sneed in eigen doeken en maakte daarmee furore. Het was schokkende nieuwlichterij, snijden in het eigen canvas om een punt te maken. Je kunt er van alles omheen filosoferen, maar het blijft gewoon het mes er in zetten.

Hier een werk van hem uit 1961, vier verticale incisies in een grijs geschilderd doek. Fontana en Newman leefden in dezelfde tijd, ze verschilden zes jaar in leeftijd en Fontana stierf twee jaar voor Newman. Maar anders dan Newman was Fontana niet op de eerste plaats schilder. Hij was toch vooral beeldhouwer, keramist en kunstfilosoof. Centraal in zijn denken en doen stond het ruimtelijke concept (concetto spatiale) dat uitdrukking vond in de ruimteomgevingen (ambienti spaziale) die hij maakte. Een door Luciano ingesneden doek was niet langer twee- maar nu driedimensionaal. Hij sneed doelbewust, doordacht en beheerst. De aanvaller van Newman sneed in blinde woede. 

John Löwenhardt
6 maart 2026