Schuifschilderen

Dit werk zonder titel uit 1995 bestaat uit zes aan elkaar vastgemaakte doeken van ieder 40 x 50 cm. Het geheel is dus 120 x 100 cm., olieverf op doek. Om het te begrijpen moet je iets te weten over de vroegste fase in de ontwikkeling van deze schilder, geboren in 1948. Hij experimenteerde vanaf het begin met verf, met de substantie; met de kwast en met de ‘drager’, het linnendoek – en met de interactie van deze drie. Letterlijk: met de kunst van het maken van een schilderij. Het ging hem in essentie om de handeling, niet om het resultaat. “Ik kijk er praktisch niet naar, naar mijn schilderijen,” zei hij. “Ik zie het even in een seconde, maar dan interesseert het me niks meer.”

De eerste schilderijen die hij in de jaren ’70 maakte ontstonden terwijl hij een met verf gevulde kwast langzaam en beheerst leegstreek op het doek, van rand tot rand. Van links naar rechts of rechtsonder, van benedenrand naar rechtsboven bijvoorbeeld. De werken kwamen, zoals de Duitsers zeggen, ‘aus einem Guss’ tot stand: vanuit een heldere gedachte consequent uitgevoerd. Zonder gepriegel.

Hoewel hij zijn kwast beheerst leegstreek, merkte de schilder bij het schoonmaken dat er toch verf in was achtergebleven: de kwast “werd zelf een schilderij.” Dat draaide hij om. Hij maakte het schilderij, het natte beschilderde doek, tot kwast. Zo ontstonden Rob van Koningsbruggen’s geschoven schilderijen. Vanaf 1974 maakte hij een reeks schuifschilderijen door een nat doek over een maagdelijk wit doek te schuiven, eerst in zwart-wit, later in primaire kleuren. De schuivende beweging zie je in het resultaat. Het schilderij “schilderde als het ware zichzelf,” schreef Carel Blotkamp.

Later maakt hij abstracte schilderijen waarin hij experimenteert met kleuren en hun onderlinge verhouding. Hij weet zich daarbij, zoals Benno Tempel schreef, “in Nederland tot eenzame hoogte te ontwikkelen.” In het midden van de jaren ’90 keerde Van Koningsbruggen terug naar de schuifschilderijen; het hier getoonde werk is er daarvan één.

De schilder verwierf faam in en buiten Nederland niet alleen met zijn experimenten met het maken van schilderijen, maar ook met eigenwijze tekeningen en breisels (u leest het goed: gebreide kunstwerken). Als u wilt kunt u zo’n wollen breisel in de maand juni bekijken in Kunstkamer de Grutmolen. Op afspraak.

John Löwenhardt
22 mei 2026