Pluis

Eerder toonde ik ‘textiele schilderijen’ van Lex Horn (#13), Carina Ellemers (#24), Alighiero Boetti (#25) en Koen Doodeman (#26). Het werk van deze week draagt de titel Kleren maken de man (2017). (Een titel die trouwens ook van toepassing zou kunnen zijn op het werk van vólgende week) De kunstenaar gebruikte er maar twee materialen voor: pluis en plastic. Kijk goed en je ziet dat ze textielpluis – wellicht van het filter in de droger geschraapt – in verschillende kleuren heeft gesealed in plastic en zo een patroon van armen en benen heeft gemaakt. Het vermenigvuldigen van een enkel, simpel gegeven tot een groter geheel is kenmerkend voor het werk van dit ‘kind van Nul’.

De Nul-beweging in de kunst ontstond in de jaren ‘50 uit verzet tegen de klassieke schilderkunst. Ze kenmerkte zich door herhaling, serialiteit en monochromie (één kleurigheid). Denk aan de spierwitte papier maché of houten reliëfs van Jan Schoonhoven (1914-94), één van de kopstukken.

In deze traditie gebruikt Stef Kreymborg (1953) papier, karton, linoleum, triplex, bladstelen (van de doodsbeenderenboom, bijvoorbeeld), paardenhaar, zand, restjes garen en zakdoeken. Van ingezamelde ‘eenzame sokken’ maakte ze in 2009 een groot wandkleed (2,5 x 7 meter), een vorm van ‘gemeenschapskunst’. Deze Klaagmuur van eenzame sokken is onder meer tentoongesteld in de 2e Kamer. Het is te groot voor het museum dat sinds oktober de overzichtstentoonstelling ‘Solo i tutti’ van Kreymborg toont: het EICAS aan de Nieuwe Markt in Deventer.

Dit nieuwe museum is een bezoek méér dan waard, al was het alleen al vanwege het fraai gerestaureerde gebouw waarin het is gevestigd, het voormalige Stedelijk Gymnasium uit 1954. U kunt de Kreymborg-tentoonstelling bezoeken t/m 22 februari.

John Löwenhardt
30 januari 2026