Korenschoven

De schilder kan op haar palet verschillende verfkleuren mengen en het mengsel dan op doek of paneel kwasten. Hij mengt de verf dan chemisch. Eind 19e eeuw werd ontdekt dat het ook mogelijk is de verfkleuren optisch te mengen, namelijk in het oog van de kijker. De schilder brengt dan geen brede streken aan, maar kleine toetsen, stippen en/of kleine streepjes in primaire kleuren vlak naast elkaar. Het oog van de kijker doet de rest, het mengen. Dit werd divisionistisch schilderen genoemd, en wanneer het alleen om stipjes ging: pointillisme. De techniek werd ontwikkeld door Georges Seurat en Paul Signac.

In dit schilderij uit 1930 toont Jo Koster (1868-1944) een heel simpel beeld, korenschoven tegen een achtergrond van bomen en een bosrand. Met een divisionistische techniek weet ze niet alleen kleuren te mengen, maar vooral ook dynamiek in het beeld te brengen. De kijker voelt en ziet de wind die door de hoge bomen waait, en dat heeft veel te maken met de richting van de korte streepjes. Let ook op de voet van de schoven: hier gebruikt Koster geel én groen én paars.

Dit divisionisme werd gepromoot door de kunstcriticus en docent Hendricus Bremmer (1871-1956). Onder zijn invloed ging Koster experimenteren met deze techniek. Het werk is eigendom van het Stedelijk Museum Kampen, maar t/m 4 januari te zien in de overzichtstentoonstelling Jo Koster, kunstenaar in Museum Gouda.

John Löwenhardt
29 augustus 2025