Job (Hiob)

Dit is werk van een vergeten schilder. Een kans om ‘door te breken’ heeft hij nooit gekregen. Bij het aan de macht komen van de Nazi’s in Duitsland was hij 31 jaar. De tien jaren die volgden, waren een martelgang waarin hij zich er terdege van bewust werd wat hem en anderen wachtte. Zijn laatste ‘werk’ voorafgaand aan de deportatie vanuit Berlijn was het schoonmaken van uit de vernietigingskampen teruggekeerde deportatie wagons. Op 17 mei 1943 werd hij zelf naar Auschwitz gedeporteerd. Er is nooit meer iets van hem vernomen. Zijn naam was Julius Levin.
Julo, zoals hij al snel werd genoemd, was in september 1901 in Stettin (nu Sczcecin) geboren in een geassimileerd Joods gezin. Ondanks tegenslag in het gezin, kreeg hij de kans een kunstopleiding te volgen. Hij studeerde van 1919 tot 1926 aan kunstacademies in Essen, München en Düsseldorf en hij deed inspiratie op in Parijs en Marseille.
Levin was begin jaren ‘30 lid van de Bond van Revolutionaire Beeldend Kunstenaars in Duitsland (‘Asso’), die van de leden verwachtte dat ze ook in hun stijl de klassenstrijd nastreefden. De Bond was een werktuig van de communistische partij. Hoewel hij van de KPD zelf geen lid was, liep hij na het aan de macht komen van Hitler als Joodse communist én kunstenaar driedubbel gevaar. Al in juni ‘33 werd Levin door de Gestapo gearresteerd; drie weken later werd hij vrijgelaten. Schilderen werd hem verboden, zijn werk tentoonstellen of verkopen werd onmogelijk.
Kort daarop werd de schilder uit het naastgelegen atelier gearresteerd. Dit was Karl Schwesig (1898-1955), die anders dan Levin wél lid was van de partij zelf, de KPD. De SA folterde Schwesig genadeloos in de Schlegelkeller in Düsseldorf. Schwesig wist eind 1934 naar België te vluchten, en twee jaar later werden in Brussel en Amsterdam zijn tekeningen van de foltersessies tentoongesteld. Voor het eerst werden de folterpraktijken van de Nazi’s openlijk gedocumenteerd.
Levin reageerde in 1933-34 met dit schilderij. Het markeert de scherpe overgang van het vrije schilderen naar het werken onder staatsterreur. De naakte, geslagen man vol wonden, op zijn knieën en steunend op een onderarm, verzet zich ondanks alles tegen de volledige ineenstorting. Het was zijn op één na laatste schilderij. Na in 1937 nogmaals te zijn gearresteerd en vrijgelaten, verdween Levin naar Berlijn waar hij bij de illegaliteit was betrokken als vervalser van documenten. Hij weigerde te vluchten, hij weigerde onder te duiken. Van 1936 tot 1941 was hij tekenleraar aan Joodse scholen in Düsseldorf en Berlijn. Hij verzamelde in totaal 1900 kindertekeningen.
Dit schilderij (olieverf op karton, 69 x 103 cm) bevindt zich in de collectie van het Stadtmuseum Düsseldorf. Daar is ook zijn befaamde verzameling kindertekeningen te zien.
John Löwenhardt
4 juli 2025