Het zelfportret

Een schilderij is een unicum, van ieder schilderij bestaat er maar één. Daarin onderscheidt deze kunstuiting zich van grafiek en andere multiples. Een kunstenaar maakt geen houtsnede, gravure of ets, linoleumsnede of zeefdruk om maar één afdruk te maken; zij maakt een ‘oplage’ en kan zo hetzelfde beeld aan verschillende liefhebbers verkopen. Van een schilderij bestaat maar één exemplaar met een unieke afmeting, voorstelling, compositie en kleurstelling. Is er toch een tweede exemplaar, dan gaat het vermoedelijk om een vervalsing.

Sommige schilders hebben een voorkeur voor portretten, andere niet. Maar veel schilders maken wel eens een zelfportret, soms ook met een zekere regelmaat. Onze eigen Rembrandt van Rijn sloeg wat dat betreft alles en iedereen. Zijn zelfportretten documenteren hoe zijn uiterlijk in de loop der jaren veranderde en stelden hem bovendien in staat zichzelf als proefkonijn te gebruiken voor oefeningen in verschillende technieken.

Maar Rembrandt schilderde ook nog wel iets anders. De maker van dit zelfportret niet; hij schildert (met een heel, héél enkele uitzondering) uitsluitend zichzelf. Rembrandt schilderde gedurende zijn leven tachtig zelfportretten, Philip Akkerman (1957) in de eerste vijfentwintig jaren sinds zijn afstuderen gemiddeld 94… per jaar! Tot vandaag is het aantal geschilderde zelfportretten vijfduizend, en nog eens een gelijk aantal getekende en in andere technieken. Akkerman schildert er twee, soms drie per week en het einde is nog lang niet in zicht. Dit werk dateert uit december 1989.

De kwaliteit is onveranderd hoog. Je kunt er lang en breed over filosoferen, maar wat blijft is het onvoorstelbare dat in het leven en werk van Akkerman tóch bestaat: ieder zelfportret is een unicum en verschilt van alle vorige. Komt u zelf maar kijken in onze Kunstkamer, waar tot eind augustus een kleine selectie aan de wand hangt.

John Löwenhardt
5 juli 2024