Gezichtloos

Nu eens een gesneden schilderij, een papiercollage. Op het platte vlak ligt papier in verschillende tinten en vormen, gesneden met een afbreekmesje. Een jongetje staat hier aan de hand van zijn moeder of tante, nog nét niet helemaal zelfstandig. De kunstenaar kreeg van mij in 2011 het verzoek ‘uit het niets’ een beeltenis te scheppen van een jongetje van wie geen foto’s bekend waren. 

Het jongetje heette Kurt Ikenberg, een ver familielid en generatiegenoot. Kurt en ik zijn achterkleinzonen van Levi Löwenhardt en Pauline Lennhoff uit Oberhemer. Kurt was op 6 juli 1941 in Kamp Westerbork geboren, een jaar na de Duitse inval in Nederland en een jaar vóór de Duitsers begonnen Joden naar de vernietigingskampen te deporteren. In mijn onderzoek naar de familiegeschiedenis was ik hem op het spoor gekomen.

Ik vond een briefwisseling tussen Kurt’s moeder Clara in Westerbork en haar zuster die gevlucht was naar Noord-Ierland. De Rode Kruis-correspondentievellen zijn in Israël bewaard gebleven. Ze documenteren het opgroeien van Kurt in het Drentse kamp. Hij is er drie jaar geworden. In september 1944 werd het gezin naar Theresienstadt gedeporteerd, een maand later naar Auschwitz. Beeld van Kurt ontbreekt. Geen foto te vinden, nergens. Ik vond dat moeilijk te accepteren.

Marjolein Rothman bedacht een oplossing. Ze vroeg mij om foto’s van mijzelf – in dezelfde leeftijd als Kurt. Mét een foto van haar eigen zoon gebruikte zij deze om drie schetsmatige beelden van Kurt te knippen, beelden die zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid suggereren. Beelden zonder gezicht. De serie collages, schreef zij, “komt voort uit het streven Kurt opnieuw tevoorschijn te laten komen maar toont ook de onmogelijkheid daarvan omdat Kurt alles, zelfs zijn gezicht, is ontnomen.”

John Löwenhardt
10 januari 2025
Geredigeerd 30 januari 2025 na overleg met de kunstenaar