Fantasyland

Evenals het werk van vorige week is dit strikt genomen geen schilderij. Het is niet gemaakt met een kwast, maar met pastelkrijt en houtskool getekend op papier. Dat maakt het tot een tekening. Maar dan wel een hele grote. Als u het werk van Hans de Wit (Eindhoven 1952) niet kent, mist u veel. Hij is naar mijn mening de beste, meest originele vakman-tekenaar van deze eeuw… tot nu toe. Zijn tekeningen intrigeren en zijn een lust voor het oog, een teaser voor de hersenen.

Om te zeggen dat Hans de Wit een rijke fantasie heeft is een understatement. Hij is verbluffend fantasierijk en hij weet zijn fantasieën met bewonderenswaardig veel geduld vorm te geven. Voor hij begint tekent hij een rasterpatroon van streepjes op het soms bijna manshoge (pardon, menshoge) papier. Bizarre landschappen met van de werkelijkheid losgezongen architecturale, constructieve, plantaardig lijkende en dierlijk aandoende vormen. Hans de Wit schept keer op keer een nieuwe wereld met groteske levensvormen, steeds weer een ándere wereld die wij niet kennen… nóg niet kennen? 

Juist daarom is het haast ondoenlijk om één werk te kiezen dat representatief zou zijn. Het werk van De Wit heeft zich in series rond een bepaald thema ontwikkeld en alle zijn ze het bekijken waard. Neem dit werk uit 2004, getiteld In Vieren. U ziet hier niet de afmeting, die is 150 bij 260 centimeter: 1,5 bij 2,6 meter, bijna menshoog dus. Hij heeft zo’n zeventig tekeningen van dit formaat gemaakt. 

We zien een fantasielandschap (of zeegezicht?) met drijvende caissons? rotsen? geschutskoepels? wormachtige groeisels?, roze gigamoleculen? schelp- of vlinderachtige levensvormen? Hans de Wit’s tekeningen zijn verhalende landschappen, fantasielandschappen waar de kijker zijn eigen verhaal bij mag verzinnen. Ze getuigen van een ongekende verbeeldingskracht. Vaak hebben deze fantasiewerelden iets dreigends, onheilspellends. Nooit zijn ze liefelijk.

Altijd vraag ik me af, Wat zie ik? Doe ik er wel goed aan om te zoeken naar gekende begrippen (caisson, geschutskoepel)? Of zijn dit misschien vormen, dingen, waar nog geen woorden voor bestaan? Dat laatste is het onweerstaanbaar aantrekkelijke van het werk van De Wit: al die fascinerend bizarre werelden die hij in zijn opeenvolgende series voor ons schept. U merkt het wel: wat mij betreft beschikt deze kunstenaar over een bijna unieke, goddelijke inspiratie.

John Löwenhardt
2 augustus 2024