Eenzaam zelfportret

Ik publiceer dit schilderij ter gelegenheid van Holocaust Remembrance Day, aanstaande dinsdag 27 januari. Deze internationale herdenkingsdag werd in 2005 door de Verenigde Naties uitgeroepen, verwijzend naar de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz op 27 januari 1945.

Eén van de slachtoffers van de Nazi’s was de Pools-Joodse schilder Hadassa Gurewicz-Grodska. Eerder besprak ik werk van haar lotgenoten Julius Levin uit Stettin (#55, 1901-43) en Felix Nussbaum uit Osnabrück (#59, 1904-44). Van hen is behoorlijk veel werk bewaard gebleven of teruggevonden; Nussbaum heeft zelfs een ‘eigen’ museum in Osnabrück. 

Voor Hadassa geldt het tegendeel. Dit zelfportret is het enige werk van betekenis dat haar heeft overleefd. Het bewijst dat ze heeft bestaan en dat ze schilderde. Naast het gebrek aan bewaard gebleven werk, heb ik ook maar heel weinig over haar leven kunnen achterhalen. Onder Joodse kunsthistorici is ze onbekend.

Hadassa (‘Adas’) werd in 1911 geboren in de Joods-culturele hoofdstad van noordelijk Europa, Wilne (Wilno, het huidige Vilnius). De Russen waren er toen de baas, daarna (1920) de Polen, vanaf september 1939 de Litouwers en vervolgens (1940-41 en 1945-91) weer de Russen (Sovjetunie). In de jaren ‘20-’30 van de 20e eeuw was Wilne een bruisende Jiddische stad, een centrum van Joodse cultuur. Hadassa’s vader Jisroel Gurewicz (1887-1941) was directeur van het Joodse Gymnasium en een vooraanstaand pedagoog. Hij spande zich in voor de opbouw van het seculiere Joodse onderwijs met Jiddisj als voertaal. Hij vertaalde bijvoorbeeld schoolboeken over natuur- en scheikunde in het Jiddisj. 

Na de Duitse bezetting (1941-44) was er van Joods leven in Wilno niets over. Maar in een Jiddisj naslagwerk vinden we vrij uitvoerige biografische gegevens over de vader. Over zijn schilderende dochter – niets.

Het weinige dat bekend is: Hadassa bezocht het gymnasium van haar vader en studeerde van 1931 tot 1936 aan de Faculteit Schone Kunsten van plaatselijke universiteit. Dit eenzame zelfportret is in het najaar van 1940 getoond in een tentoonstelling van plaatselijke kunstenaars. Nu is het onderdeel van de permanente expositie van het Nationale Kunstmuseum in Vilnius. De laatste twee jaren van haar korte leven was Hadassa opgesloten in het getto van Wilne. Ze is in 1943 vermoord, waarschijnlijk bij de masssamoord in Ponary, nu Paneriai.

John Löwenhardt
23 januari 2026