Eenvoud

“Elke vereenvoudiging is een verbetering…” schreef de kunstcriticus Cornel Bierens ruim drie decennia geleden. Met deze woorden begon hij een essay over de relatie tussen figuratieve en abstracte kunst. Hij weersprak dat abstracte kunst niets voor zou stellen: “Alle kunst stelt iets voor, kunst die niets voorstelt is geen kunst.”
Zijn essay is gepubliceerd in een uitzonderlijk aantrekkelijk boekje, onder de titel De maan is rond uitgegeven door de musea Jan Cunen in Oss en De Wieger in Deurne. In 1995 exposeerden deze musea abstraherende werken van hedendaagse kunstenaars, schilderijen en beelden waarin meestal ‘de waarneembare werkelijkheid’ is vereenvoudigd: geabstraheerd dus.
Eén van die werken is de ‘Compositie met hamer en blad’ die Jan Roeland in 1994 schilderde in olieverf op linnen. Het doek is 65 x 100 cm. groot. Als u erop staat dat het iets voor moet stellen: het toont onder een rode bovenhelft een gestileerd blad en een gestileerde hamer.
Jan Roeland werd in 1935 geboren en groeide op in het dorp IJsselmuiden, gelegen tegenover Kampen aan de IJsselmonding. Het voormalige gemeentewapen van IJsselmuiden toont drie rode ‘maarlen’ (een merlet of merlaan is een gestileerd dier dat alleen in de heraldiek voorkomt) boven en onder een brede azuurblauwe kronkelband. Het dateert uit 1898, maar het zou zó door Jan Roeland kunnen zijn ontworpen.
Op zijn Mulo-eindexamenlijst in 1951 was Roelands hoogste cijfer een 8 voor tekenen. Vier jaar later scoorde hij in het kweekschoolexamen in Meppel alweer met tekenen aan de top. Hij werd aanvankelijk onderwijzer, maar koos in 1959 voor de kunst en vertrok naar Amsterdam.
Roeland was in 1962 één van de winnaars van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en ontving later de Jeanne Oosting Prijs (1981) en de Sandbergprijs (1998). Zijn werk is opgenomen in de collecties van de belangrijkste Nederlandse musea op het gebied van hedendaagse beeldende kunst.
“Elke vereenvoudiging is een verbetering”, citeerde ik Cornel Bierens. Hij vervolgde “en zeker als die wordt toegepast op nodeloos gewichtige kunsttaal.” Ik stem daar graag mee in; dat is de geest waarin ik deze serie schrijf.
John Löwenhardt
24 juli 2026