Compositie

Eerder kwam ik een schilderende dichter tegen (Leo Vroman, #62), vandaag een dichtende schilder. De Haagse kunstschilder Willem Hussem (1900-74) publiceerde tijdens zijn leven bijna twintig poëziebundels, in 1940-41 en vanaf 1961 tot na zijn dood. Hij begon met dichten in de periode (1938-41) toen hij twijfelde aan zijn schilderstalent en niet goed wist hoe hij vooruit moest. In deze jaren schilderde Hussem vrijwel niet.

In zijn schilderkundige ontdekkingstocht vanaf 1917 had hij landschappen, zeegezichten, portretten en stillevens op realistische wijze afgebeeld. Voorzover bewaard gebleven (Hussem heeft nogal wat ‘vroeg’ werk vernietigd nadat hij voor de abstractie had gekozen) lijken mij die schilderijen stuk voor stuk heel kundig en fraai gemaakt. Maar met zulk werk onderscheidde hij zich in niets van vakgenoten. Van de kunstcritici oogstte hij hoon.

Tijdens de bezetting weigerde Hussem lidmaatschap van de Kulturkammer en kon hij zijn werk dus niet buiten het eigen atelier tonen. Noodgedwongen (verf was schaars en duur) bekwaamde hij zich in het maken van kalligrafische tekeningen in oostindische inkt. Hij experimenteerde overigens al wel met abstract werk, zonder dit aan de grote klok te hangen.

Dit schilderij, gemaakt in 1945 (olieverf op doek, 55 x 46 cm., titel: Compositie) markeerde zijn doorbraak, althans in het Haagse, want Hussem bleef toch een schilder die in Den Haag bekendheid genoot, daarbuiten nauwelijks. De compositie was in 1946 één van zijn experimentele schilderijen die hij mocht ophangen in de eerste expositie van kunstenaarsgenootschap Pulchri waarop (ondermeer) abstracte kunst werd getoond. Kunstrecensenten gaan Hussem nu ineens waarderen.

Maar de Haagse ‘modernisten’ zoals Ouborg, Hussem, Sinemus en anderen moesten wel opboksen tegen het lawaaierige Amsterdam. Daar, in Amsterdam, stonden de ‘realisten’ en de veelal abstract werkende ‘modernisten’ elkaar bijkans naar het leven. In het gunstigste geval negeerden ze elkaar. Hoe anders was het Haagse kunstklimaat: hier (trefcentrum: Café De Posthoorn) ging men vriendschappelijk met elkaar om. “In die dagen”, schreef Herman Berserik (1921-2002) veel later, “was het in de hoofdstad volmaakt onmogelijk dat een realist een ‘abstracticus’ vriendelijk kon begroeten als-ie hem zou ontmoeten.”

Dit alles is ontleend aan de voortreffelijke monografie over Hussem die Han Steenbruggen in 1994 publiceerde bij de Stichting Plint te Eindhoven.

John Löwenhardt
24 april 2026

U kunt nader kennismaken met het werk van Hussem en zijn tijd- en plaatsgenoten Ouborg en Sinemus in de tentoonstelling Drie Haagse kunstenaars, later dit jaar in Kunstkamer de Grutmolen, Zutphen. Lees ondertussen over Sinemus Schilderij van de Week #15 en over Ouborg #40.