Openingswoorden

bij de tentoonstelling Hoofden en Woorden van Philip Akkerman en Euf Lindeboom in De Grutmolen in Zutphen op 5 mei 2024

Het komt niet vaak voor dat de opener van een tentoonstelling zo dichtbij de kunstenaars woont. Euf woont en leeft in hetzelfde huis als ik, we slapen in hetzelfde bed en Philip woont een paar blokken verderop, we zijn bijna buren. De Marokkaanse groenteboer/slager tegenover Philip en Madelon noemt ons allebei ‘buurman’. Zou de vrouw van Rembrandt ooit een tentoonstelling van hem hebben geopend? Ik moet niet te veel fantaseren natuurlijk, er waren in Rembrandts tijd geen tentoonstellingen in onze betekenis. Klanten kwamen naar het atelier, of schilders gingen bij potentiële klanten op bezoek: een portret kost zoveel, een huiselijk tafereel zoveel, het hangt wel af van de grootte. Philip en Euf zouden elkaars klanten dan naar elkaar doorverwijzen: verderop woont Euf, zei Philip dan, die maakt ook zelfportretten, zij noemt het woordschilderijen en Euf wijst klanten door naar Philip: hij maakt beeldschilderijen, maar noemt het zelfportretten. Portretten dus om in te wonen. 

Ik ben de klos vandaag. U moest eens weten wat ik allemaal dag in dag uit tegen Euf’s schilderijen heb gezegd en nog vaak zeg: loftuitingen, beledigingen, ‘zou je niet eens …’, ‘ik vind die mooi, die minder’, ‘die schitterend, die met die rode blokjes is mooi, maar wat staat er nou op dat ene schilderij daar’, enzovoort, enzovoort. En tussen ons gezegd en gezwegen, het zijn allemaal zelfportretten. Hardnekkig, frivool, somber, vrolijk, ingetogen, impulsief en verlangend. Ook de woordschilderijen hier in De Grutmolen bij Tanya en John. Verborgen woorden, Euf wil iets verbergen, daarom hou ik van haar. Of heb ik iets te verbergen dat ik in deze schilderijen terugzie? Ik zie haar terug. Ik zie haar als schildermeisje. Terugkijken. Aan mij heeft ze niks, ik praat alleen maar tegen haar schilderijen aan, want schilderijen praten en ik praat terug. Nu ook weer. 

Philip is net zo hardnekkig, net zo dwingend, net zo vrolijk, somber, ingetogen, frivool en verlangend. Anders kun je schilderkunst maar beter achter je laten ‘en kralen gaan rijgen bij je moeder aan de tafel’. Niet zo impulsief zou je zeggen, maar vergis je niet, ieder schilderij, ieder portret van Philip is een bolwerk van beslissingen. Impulsieve beslissingen: zo doe ik het, zo niet. Niet dit, wel dat, zo zet ik het neer, die ogen even anders, de mond, het haar. Zo kan het ook. Altijd anders. Een groot beslissingencomplex dat keer op keer in werking wordt gezet. Ik kan het weten, hij heeft een keer een portret van mij geschilderd, ik keek naar hem, al mocht ik niet steeds naar hem kijken. Op zoek naar de inval was hij, de ultieme blik, de juiste streek. De beslissingen zichtbaar maken. De traditie en tegelijkertijd de uitweg daaruit, hij vertegenwoordigt het allebei. Philip is de schilderkunst zelf, op aarde neergedaald. Een schilder engel. Wat moet je anders doen dan zelfportretten schilderijen?  Daarom hou ik van hem. 

Kees ’t Hart